Home Reizen van Jan en Carla

HONGARIJE 1988


ēHongarije is een land in Centraal-Europa, van noord naar zuid doorsneden door de Donau en grenzend aan Oostenrijk, Slowakije, OekraÔne, RoemeniŽ, ServiŽ, KroatiŽ en SloveniŽ.
ēHet land is ruim twee keer zo groot als Nederland.
ēDe hoofdstad is Boedapest.
ēDe munteenheid is de forint (HUF).
ēMen spreekt Hongaars. Het Hongaars lijkt in geen enkel opzicht op het Frans, Duits, Engels of de meeste andere Europese talen. Verwante talen zijn onder andere het Fins, Samisch (taal van de Samen of Lappen) en een aantal talen die allemaal in noordelijke streken worden gesproken van West-SiberiŽ tot Noorwegen. Het Hongaars is geografisch dus de enige vreemde eend in de bijt.

In de zomer van 1988 huren we een huis in het dorpje Velence, bij het Velencemeer. Dit meer ligt halverwege Boedapest en het Balatonmeer. We zijn hier met z’n zessen: Anniek en Leo, Marijntje en haar vriendin Sandra en wij tweeën.
In dat jaar ligt Hongarije nog ‘achter het ijzeren gordijn’.

Het huisje in Velence

                


                

Székesfehérvar is een van de oudste steden van Hongarije. In de Middeleeuwen was het de stad waar Hongaarse koningen werden gedoopt, getrouwd, gekroond en begraven. Na de verovering door de Turken in 1543 raakte de stad ernstig in verval. Onder de Habsburgers werd de stad vanaf de 17e eeuw opnieuw bevolkt. Aan deze periode dankt de stad haar huidige barokke uiterlijk.

                

Boedapest (1) is de hoofdstad van Hongarije, ligt aan weerszijden van de Donau en is de grootste stad van Hongarije. De stad werd in 1873 gevormd door het samenvoegen van Boeda en Óbuda op de westelijke oever van de Donau met Pest op de oostelijke oever. Vóór 1873 noemde men de steden gezamenlijk Pest-Boeda.
Het Vissersbastion werd aangelegd in de 19e eeuw. Het is geen echt vestingwerk, maar meer een terras met natuurstenen muren, trappen, torens en arcaden. Het wordt veel bezocht vanwege het fraaie uitzicht over de oude stad. Een grote trap leidt naar beneden, het domein van de vissers.

De Matthiaskerk (de officiële naam is Onze-Lieve-Vrouwekerk). In de 19e eeuw werd de kerk genoemd naar een voormalige koning. Deze koning Matthias bouwde in de 15e eeuw de zuidelijke achthoekige toren. In deze kerk werden Hongaarse koningen gekroond. Ook werden er koninklijke bruiloften gehouden. Het interieur van de kerk is schitterend.

                

Aan de buitenkant valt vooral het dak op dat bestaat uit leien in verschillende kleuren.

Ráckeve.
De Servische kerk in dit plaatsje is de enige gotische oosters-orthodoxe kerk van het land. Als je hem van buiten ziet kan je niet vermoeden hoe schitterend mooi dit kerkje van binnen is met o.a. de Byzantijns-middeleeuwse fresco’s.


                

Szentendre: een schilderachtig, maar toeristisch kunstenaarsplaatsje.

Visegrád is een kleine stad aan de Donau. Het is bekend om de blootgelegde resten van een koninklijk paleis.

                

Sukoró , een plaatsje aan de overkant van het Velencemeer. Het heeft een als museum ingerichte boerenwoning.

                

Kecskemét ligt in het centrum van Hongarije in een belangrijk fruitteeltgebied en is bekend om zijn abrikozenbrandewijn. Daarnaast is de stad bekend als de geboorteplaats van de componist Zoltán Kodály. Hij bracht samen met Béla Bartók de Hongaarse volksmuziek in kaart. Het centrum van Kecskemét is niet groot, maar interessant vanwege enkele beeldbepalende gebouwen in Hongaarse jugendstil.

Het stadhuis en het Cifra-paleis.

     

     

Het Balatonmeer is het grootste meer (592 km²) van Midden-Europa.
Het meer ligt in het westen van Hongarije en heeft een langgerekte vorm: 79 x 15 km. De gemiddelde diepte bedraagt slechts drie meter, waardoor het water 's zomers relatief warm wordt. Het meer is mede daardoor een van de belangrijkste toeristische trekpleisters van dat land.

In het midden wordt het meer vrijwel in tweeën gedeeld door het schiereiland Tihany.
Tihany ligt op het gelijknamige Tihany-schiereiland in het van het Balatonmeer. De twee uivormige-gespitste torens van de Abdijkerk uit de 18e eeuw vallen op.
De kerk is in barokstijl is gebouwd en heeft mooie fresco's aan het plafond. De 'onderkerk' of crypte is bijna 1000 jaar oud. Ze is Romaans en heeft zes pilaren en dikke muren. Koning Andreas I van Hongarije (András I), die deze benedictijnenabdij stichtte in 1055, ligt er begraven. Het was zijn bedoeling hier een mausoleum te maken voor toekomstige Hongaarse koningen. Hij is echter de enige Hongaarse koning die er begraven ligt.

Kalocsa ligt op 9 km van de westelijk gelegen Donau. Vroeger lag de stad Kalocsa aan de Donau, maar in de loop der eeuwen is het rivierbed verschoven. Nu rijdt men 9 km om vanaf het centrum van de stad de Donau te bereiken. Er is geen brug over de Donau, alleen een veerboot. In de historische stadskern staan de Dom en het aartsbisschoppelijk paleis.
Het is de streek van de paprika’s. In de omgeving wordt op een oppervlakte van ong. 35.000 ha paprika verbouwd. Als je in de eerste helft van september hier rondreist zie je aan de huizen het vlammende rood van de aangeregen paprika's die daar te drogen hangen. Toen wij er waren hing er alleen kleurloze knoflook. Ook leuk!

Op 3 augustus is het noodweer: regen en zware storm. Het etentje ter gelegenheid van Jans verjaardag moet dan ook binnen plaatsvinden.

De volgende dag zien we wat de storm heeft aangericht.

Vesprém is op vijf heuvels gebouwd. Een interessant deel van de stad Veszprém is de oude stad op de heuvel en de Vár (burcht). In de stad staan de beelden van Stefanus en Gisela. Stefanus I van Hongarije werd in 1000 de eerste koning van Hongarije. Hij wordt sinds 1083 als heilige vereerd. Hij was getrouwd met Gisela van Beieren, de dochter van hertog Hendrik II van Beieren.

Eger is het bekendst om de meest bekende rode wijn van Hongarije, namelijk de Egri Bikavér, het ‘Stierenbloed van Eger’. In de stad bekijken we de kathedraal,

een pedagogische hogeschool met de naam Ho Chi Minh (!) en de schitterende bibliotheek van het voormalig aartsbisschoppelijk lyceum. Maar het leukste is dat er de dag dat wij er zijn heel veel volk in klederdracht rondloopt.

                

Martonvásár.
In Martonvásár ligt het voormalige landgoed Brunswick. Componist Ludwig van Beethoven was een vriend van Franz Brunswick. Beethoven bezocht Martonvásár in 1800. In de tuin staan standbeelden van Beethoven en op een eiland in de grote vijver is een podium waar 's zomers vaak concerten worden gegeven.

                

Boedapest (2) Nogmaals Boedapest. De citadel met het bevrijdingsmonument,

het parlement ...

en de burcht.

Pécs ligt in het zuidwesten van het land en heeft de opvallendste Turkse bouwwerken van Hongarije. Middelpunt van de stad is het Széchenyi-plein rond de voormalige moskee, het grootste Turkse bouwwerk in Hongarije. Nu is het een christelijke kerk.

Laatste dag. Marijntje en Sandra zijn inmiddels met de bus naar Wenen vertrokken, naar de familie van Sandra.

Aan het eind van de vakantie eten we nog eenmaal bij ons stamrestaurant. Op de achtergrond het Velencemeer en achter de boom het huis waar we verbleven.


Home Reizen van Jan en Carla